de heer Lammers

Waarschijnlijk is op die donderdag 5 juni 1952 het volgende gebeurd:
Pap en collega Lammers gingen die dag enkele putten peilen. Zo'n put moet je je voorstellen als een betonnen kelder van zo'n 4,5 meter diep waarvan de open bovenkant een meter boven het maaiveld uitsteekt. In de vloer van zo'n put zit de buis die wel tot 100 meter diep de bodem ingaat en daar in het grondwater steekt. In die buis zit beneden de pomp die het water oppompt naar het pompstation voor bewerking en distrubitie.
In de wand van zo'n put waren stalen klimijzers aangebracht waarlangs je naar beneden/boven moest klimmen. Dit was niet zonder risico en het vermoeden is dat pap naar beneden is gegaan en Lammers, omdat die een stuk ouder was, boven is gebleven. Lammers en pap waren naast collega's, ook vrienden van elkaar.
De waterstand in zo'n put peilen gebeurde door een slangetje in de pijp te laten zakken en erin te blazen. Zodra het slangetje het waterniveau bereikte merkte je dat aan de blaasweerstand. Pap heeft me dat vaker verteld.
Omdat het bronnenveld van Brunssum uitgeput raakte was in Schinveld een nieuw bronnenveld met putten en pompstation gebouwd dat net in gebruik genomen was. Aan het bronnenveld van Brunssum werd nu minder water ontrokken en daardoor is het niveau van het grondwater gestegen.
Maar ook het volgende was gebeurd. In de grondlaag, eigenlijk het kiezelbed waaruit het water werd onttrokken bevindt zich ijzererts. De Rode Beek die in de Brunnsummerheide ontspringt heeft er zelfs haar naam aan ontleed.
Toen het grondwaterpeil in het kiezelbed daalde kwam het ijzererts in aanraking met de intrekkende buitenlucht en ging oxyderen, een bekend chemisch proces dat in het normale leven roesten heet. Hierdoor werd de zuurstof aan de lucht onttrokken. Aleen stikstof bleef over.
Dit was geen onbekend fenomeen, men had al omstreeks 1920 een ontijzeringsinstallatie gebouwd o.a. om roestwering in de ketels van stoommachines te voorkomen maar had nooit nagedacht over wat er diep in de bodem kon gebeuren. Het feit was nog nooit eerder voorgekomen en er waren dus ook geen detectiemiddelen voorhanden.
Het gevolg van het betreden van zo'n stikstofatmosfeer is dat je binnen enkele seconden bewusteloos raakt en overlijdt.
Pap en collega Lammers hadden die morgen al twee putten gepeild waar niks mis was en is in mijn optiek al bij het afdalen in nr 3, (put 34) van de klimhaken gevallen en collega Lammers is om hem te helpen en, niet wetende wat er in werkelijkheid aan de hand was, gevolgd. Hij werd bovenop pap aangetroffen.
Toe ze om twaalf uur niet kwamen schaften is men hen gaan zoeken en heeft toen men de lichamen in de put zag liggen, de brandweer gewaarschuwd.
Een andere collega van pap, een zekere mijnheer Hellebrand, is met een touw om zijn middel in de put afgedaald en verloor meteen het bewustzijn.
De brandweer kon hem dankzij dat touw in veiligheid brengen, maar helaas waren zijn longen al aangetast en de heer Hellebrand heeft lang in het ziekenhuis doorgebracht en is eigenlijk nooit meer de oude geworden.
Staatsmijnen heeft zich nooit bij ons verontschuldigd of uitgelegd waarom dit niet kon voorkomen worden.



Het bidprentje van Rudolf (Dolf) Lammers.

lammers




email me
mailbus van Sjilvends
home
Begin van Sjilvends