sjilvenders

Rijksveldwachter Mevis

't Riekske


Eén van de markantste Sjilvenders is ongetwijfeld het "Riekske" geweest.
't "Riekske" was de Sjilvendse naam voor de Rijksveldwachter Brigadier; Jan Hendrik Hubert Mevis, die van 1923 tot aan zijn pensionering in 1938 waakte over de veiligheid en Habe und Gut in Schinveld.
Hij werd geboren te Beek op 7 augustus 1886 en overleed in het verpleegtehuis van Brunssum op 11 april 1974.
Meer dan 60 jaren was hij getrouwd met Anna Cataharina Smeets, geboren te Catsop en ze hadden 11 kinderen.
Na zijn diensttijd bij de huzaren in Roermond nam hij in 1907 dienst bij de marechaussee.



huzaar anna smeets



riekske

Trouwfoto van marechaussee Mevis en zijn vrouw.



Na hun huwelijk in 1914 werd hij gemeenteveldwachter te Obbicht.
In 1919 werd hij rijksveldwachter in Berg-Urmond en in 1923 verhuisden ze, zoals al eerder vermeld, naar Schinveld.
Het hoogtepunt van zijn loopbaan was ongetwijfeld in 1924, de arrestatie van een internationale zigeunerbende die de gehele grensstreek van Limburg, België en Duitsland onveilig maakte.
In een krant stond toen (samengevat) het volgende artikel:
Het was de heer Mevis, die in samenwerking met wijlen chef-veldwachter Pagen uit Schinveld een zeer beruchte zigeunersbende arresteerde, die jaren de gehele omgeving onveilig maakte en waarvan de hoofddaders wegens een te Gangelt (D) gepleegde beroving tot zware kerkerstraffen werden veroordeeld. Een zijner grootste daden verrichtte rijksveldwachter Mevis op kerstdag 1924. Onder zijn leiding in samenwerking met bovengenoemde chefveldwachter Pagen en den onbezoldigden rijksveldwachter Jacobs W. uit Schinveld wist men in de nabijheid van de Duitse grens een levensgevaarlijke aanhouding te verrichten van een drietal zwaar gewapende en van moderne inbrekerswerktuigen voorziene autobandieten. Aan hun koelbloedigheid en beleidvol optreden was het te danken dat dit hoogst gevaarlijke trio, hetwelk nog daags voor zijn aanhouding in Mechelen (B) twee personen had neergeschoten, zich in Luxemburg aan een diefstal van een auto en een groot geldbedrag had schuldig gemaakt en in Duitsland zware diefstallen had gepleegd, achter slot en grendel kon worden gezet om naar België te worden uitgeleverd.
Voor deze moedige daad werd hem van justitie- en politiezijde warme hulde gebracht en door de den toenmaligen minister van justitie mr. Heemskerk werd deze levensgevaarlijke dienstverrichting met een bijzondere tevredenheidsbetuiging en eervolle vermelding beloond.
De Belgische regering verleende hiervoor aan dhr. Mevis de zilveren en aan de beide andere ambtenaren de bronzen medaille der Leopoldsorde van België. Bovendien werd hun een bijzondere dankbetuiging gezonden van de Luxemburgsche justitie en eveneens ontvingen zij de uitgeloofde belooning van frs. 1000 toegekend voor het in beslag nemen van de gestolen auto.



riekske

Rijksveldwachter Mevis en chef-veldwachter Pagen naast de gestolen auto voor café Jacobs op de Hering.


piekhelm

Sjilvendse notabelen tijdens een processie omstreeks 1935.
vlnr: Juuep Zillen, Wullem van Nuys, 't Riekske, Maessen (veldwachter uit Bingelrade) Frens Reijnders, Sjeng Beumers, Joseph Dohmen (Juuep van de Boa) en Sjeng Pagen.



piekhelm


op de fiets

't Riekske en collega in vol ornaat op koninginnedag 31-08-1930.



mama Mevis met spruiten

Mama Mevis met de eerste lichting spruiten.
vlnr: Harie, de mam met Mia op de arm en Jo voor haar. Daarnaast Huub en Jan.



begrafenis

De begrafenis van veldwachter Pagen op het Schinveldse kerkhof.



riekske

Bij zijn afscheid als rijksveldwachter in 1938.




Na zijn aktieve loopbaan was hij indringend aanwezig in de Sjilvendse gemeentepolitiek en was een aantal jaren wethouder.
Schijnbaar was hij ook een verwoed jager tot op latere leeftijd, getuige onderstaande jachtakte en verklaring.


jacht akte


verklaring




Tijdens de oorlog was hij aktief in het verzet en na de oorlog is hij nog enige tijd loco-burgemeester omdat men de toenmalige burgervader verdacht van enige sympathie met de bezetter.




riekske

De familie Mevis bij gelegenheid van het huwelijk van hun dochter Mia.
bovenste rij vlnr: Jan, Toon, Harie, Hub (Edah), Piet, Math, Frans (PLEM) en Jo.
zittend vlnr: Lei, Anna Smeets, Mia, Jan Mevis en Gree.
In de inzetten: de beide gesneuvelde zonen, links Jan; rechts Jo



opa en oma riekske


In januari 1974 vierde het echtpaar Mevis - Smeets hun 60 jarig huwelijksfeest en kort daarna, in april, overleed de heer Mevis. Zijn vrouw, Anna Maria Catharina Smeets, overleed op 23 mei 1977. Beiden zijn begraven op het kerkhof van Schinveld.






De ouders van het Riekske
De familie Mevis was afkomstig uit Beek (Lb).
De moeder was Francisca Helena Boesten.
De vader heette Hendrik Hubert, was geboren op 31-10-1847 en landbouwer van beroep.

Deze foto's zijn omstreeks 1870/80 gemaakt.

Foto beneden is zijn geboorte-akte.





bronnen:
Jaarboek 1994 en 1997 De Veerspjrunk van de Heemkundevereniging van Onderbanken.
Informatie en foto's: De kleinzoon van 't Riekske en mijn vriend, Wiel Mevis.






Een speurtocht in oude kranten mbt rijksveldwachter Mevis, leverde de volgende resultaten op



VOORWAARTS, 12 nov. 1924
POGING TOT DOODSLAG OP EEN VELDWACHTER.
Een jaar gevangenisstraf geŽischt. De 23-jarige mijnwerker J. Meuwissen te Schinveld, was in den nacht van 24 op 25 Juni, tijdens de kermis aldaar, met een aantal kameraden uitgeweest en er was heel wat gedronken. Toen de rijksveldwachter Mevis zekeren R. wegens verregaande dronkenschap had gearresteerd, had bekl. zich daartegen verzet Kort nabij het gemeentehuis heeft bekl. op een slinksche manier den veldwachter plotseling beetgepakt en beentje gelicht, op den grond geworpen en hem met beide handen de keel dicht geknepen. Na lang worstelen gelukte het eindelijk aan den veldwachter om een hand vrij te krijgen en een revolver uit zijn broekzak te pakken. Hoewel hij toen dreigend de revolver op M. gericht hield en hem waarschuwde, liet bekl., die boven op hem lag, nog niet los en zei vol woede: ”Hei mooste verrekken”.
Toen heeft de veldwachter eindelijk geschoten, eerst nog twee schoten in de lucht en daarna twee op M. gericht, die raak troffen. Thans stond de man voor de rechtbank te Maastricht terecht. Het 0.M., door mr. Kniepkens waargenomen, eischte wegens wederspannigheid en poging tot doodslag, in aanmerking nemend, dat bekl. door een paar kogels getroffen is en dus al eenigszins voor zijn misdrijf heeft geboet, één jaar gevangenisstraf.
Uitspraak 23 November.

DE TIJD, 29-12-1924
Gevaarlijke individuen.
Door den Rijksveldwachter Mevis te Schinvels is in een café aan den Herlngsweg met behulp van twee onbezoldigde rijksveldwachters een belangrijke arrestatie geschied. Men slaagde er daar n.l. in, drie Duitschers aan te houden, die in die omstreken met een door hen in Luxemburg gestolen auto vertoefden, naar het schijnt met minder goede bedoelingen. De lieden waren alle drie met browning gewapend. De auto werd in beslag genomen. Gebleken is dat het drietal zich aan verscheidene in- braken in BelgiŽ heeft schuldig gemaakt.

HET VOLK, 19-9-1925
UIT ZEDELIJK LIMBURG - GEINTRIGEER TEGEN EEN RIJKSVELDWACHTER
Eenigen tijd geleden kregen een paar bestuurders, van onze partij-afdeeling Brunssum bezoek van een majoor van de Rijksveldwacht. Deze politieman vroeg hun om inlichtingen over de houding van den rijksveldwachter Mevis te Schinveld toen op 20 April l.l. onze propaganda-fietsklub van Brunssum in dat dorp door den burgemeester van Schinveld op zeer onbehoorlijke wijze behandeld was. Dit bezoek en de reden ervan, waren voor ons aanleiding om eens in Schinveld en omgeving te gaan informeeren naar de eigenlijke beteekenis van het bezoek van den majoor aan onze partijgenooten.
Op den 26en April j.l. gingen een 18-tal Brunssumsche partijgenooten per fiets de omliggende dorpen van ons propaganda materiaal voorzien. Terwijl, in ploegjes van twee personen de eene helft zich met onze circulaires door de dorpsstraten verspreidde, wachtte de andere helft van ons klubje met de fietsen op het marktpleintje. De fietsen waren met onze bekende fiets vlaggetjes getooid. De kerk ging uit en vele arbeiders bleven met onze menschen een gemoedelijk praatje maken, in een kring van een paar honderd personen om ons klubje geschaard. Niemand dacht aan herrie.
Plotseling drong zich een boerig heertje naar voren en zegt zeer nerveus tegen onze menschen dat zij direkt het dorp moeten verlaten. Op de rustige vraag van den afdeelingssekretaris, oud-Schinveldenaar, waarom dat noodig is zegt, het heertje: ”Omdat ik het wil, ik ben de burgemeester.”. De afdeelingssekretaris, pg, Hartog, is de kalmte in persoon, terwijl ook de bevolking rustig bleef, toen Hartog den Edelachtbare van Schinveld gemoedelijk, maar beslist, beduidde dat hij zijn boekje te buiten ging en beter deed om de heerschende orde niet te verstoren, door te trachten de niets kwaads in den zin hebbende bevolking tegen ons op te zetten. Dat was het zenuwachtige potentaatje te veel en aangezien hij niet gemakkelijk in het openbaar kan spreken, holde hij, wit van woede, weg. Even daarna stuurde hij den dorpsveldwachter met het bevel, dat onze menschen weg moesten gaan. Natuurlijk bleven zij wachten tot alle verspreiders weer verzameld waren en reden toen rustig zingend weg.
Heel dit tafereel werd gadegeslagen door den rijksveldwachter Mevis, die, zeer goed ziende dat onze menschen niets deden in strijd met wet en verordening en evenmin het verkeer (dat in Schinveld natuurlijk zeer gering is) belemmerd werd terwijl de geest van de bevolking heelemaal niet vijandig of dreigend was, geenerle reden, voor ingrijpen aanwezig achtte. Toch had het optreden van den burgemeester alweer bij enkelen kwaad bloed gezet, want toen ons klubje wegreed, riep een opgeschoten bengel: ”Wij moesten ze in de beek gooien." De rijksveldwachter antwoordde daarop, dat hij dat niet zou toelaten. ”Ieder staatsburger heeft het recht om van den openbaren weg gebruik te makenen deze menschen doen geen kwaad.” Dat is natuurlijk aan den burgemeester overgebracht en het schijnt de toch reeds bestaande wrok tegen den rijksveldwachter, die hoewel ook katholiek, toch een, vreemde is (hij komt uit Brabant, en dus hoogstens geduld wordt), nog versterkt te hebben.
Op 21 Augustus j.l. ,terwijl de beide gezagdragers op straat elkaar ontmoetten, zei de burgemeester, dat hij den rijksveldwachter wel krijgen zou: ”hij zou niet lang meer in Schinveld zijn.”
Kort daarna kregen onze Brunssumsche partijgenooten bezoek van den majoor en nu bleek ons, dat de burgemeester van Schinveld na 21 Augustus j.l. rapporten aan den minister van justitie, aan den prokureur-generaal te Den Bosch en aan den kommandant der Rijksveldwacht te Geleen heeft geschreven, waarin hij klaagt over de activiteit van den rijksveldwachter en zich zelf een veer op den hoed tracht te steken, door plechtiglijk te verklaren, dat het slechts aan zijn taktisch optreden te danken is, dat niet ook in Schinveld op 26 April j.l. reeds eenzelfde slachtpartij heeft plaats gevonden als later te Brunssum is voorgevallen.
Na het voorgaande is het niet noodig om deze potsierlijke opschepperij nader, te weerleggen. Wij volstaan slechts met nog te vermelden, dat Z.E.A. in vollen ernst heeft gezegd dat hij voortaan in gevallen als op 26 April de burgerwacht in het geweer zou roepen.
De zoekerij van Schinvelds burgervader tegen den rijksveldwachter vindt zijn oorzaak waarschijnlijk in het feit; dat de vrijheid in het goede roomsche dorpje met de komst van dezen rijksveldwachter eenigszins aan banden is gelegd, zoodat zelfs de vrienden van den burgemeester en kafeehouders-raadsleden niet eens meer mogen doen en laten wat zij willen. De heer Mevis werd te Schinveld geplaatst ongeveer Mei 1923, juist in den tijd van de valuta-zwelgpartijen. Hiertegen trad de heer Mevis op, door zonder aanzien des persoons te bekeuren. Tientallen processen-verbaal voor openbare dronkenschap heeft hij tegen z.g. dorpsnotabelen opgemaakt. Toen in Juni 1923 de bronk, d.i. de processie, was uitgeweest en na afloop daarvan de kermis geopend werd, moest de heer Mevis op één dag tusschen de dertig en veertig processen-verbaal wegens openbare dronkenschap noteeren. Ook heeft hij het raadslid-kafeehouder der Beuzer bekeurd, wegens ongeoorloofd muziek maken en voor het feit dat een meisje zonder geleide onder de 16 jaar getapt werd. Maar deze vroedevader heeft zeer veel invloed op den burgemeester en sedert dat geval is Mevis uit de gratie.
De tegenwerking begon en uitte zich allereerst in het verbod aan den gemeenteveldwachter (Pagen) om samen met Mevis getuigen te gaan hooren inzake mishandelingen. Gemeentenaren worden tegen den rijksveldwachter opgezet.
Een telefoontje van de aktieve rijksambtenaren van het grenskantoor te Schinveld stelde Mevis in kennis met het feit, dat drie verdacht uitziende personen met een auto over de grens waren gekomen. Hij er met den gemeenteveldwachter en nog een onbezoldigde op af en zij arresteerden de beruchte autobandieten, die in Luxemburg een auto, geld, wijn etc. hadden gestolen, te Mechelen (B.) twee menschen hadden neergeschoten, te Amsterdam, Rotterdam en in Duitschland groote diefstallen hadden gepleegd en, wier aanhouding door den hoofdkomissaris van politie te Rotterdam was verzocht. Toen Mevis den burgemeester mededeeling van de arrestatie deed en vroeg wat hij met de arrestanten moest doen, toen zei de de "aktieve en taktische" burgemeester van Schinveld: "Zet ze maar weer de grens over dan zijn wij er af.” Natuurlijk deed Mevis dat niet. De kerels zijn naar Maastricht overgebracht en gestraft. Voor deze flinke daad kregen de drie politiemannen de Leopoldsorde van de regeering van Luxemburg en een eervolle vermelding van den Nederlandschen minister van justitie, waarover de burgemeester van Schinveld zich ergert.
Zulke gevallen zijn er meer te noemen, maar erger zijn de volgende dingen. Het was een publiek geheim in Schinveld, dat in de familie Th.- R., dingen gebeurden, die het daglicht niet mochten zien. Op 28 Februari 1924 gelukte het aan Mevis om R. te arresteeren, nadat een minderjarig meisje bekend had ongeoorloofde betrekkingen met R. te onderhouden. R. werd volgens art. 247 gearresteerd, maar aangezien er nog geen arrestantenlokalen waren zei de de burgemeester: "Laat hem maar, in mijn woning." Aldus geschiedde, toen Mevis voor het halen van een getuige uit ging. Toen hij een half uur later terug kwam, was de arrestant ”ontvlucht” uit des burgemeesters woning.
Verleden jaar ontdekte Mevis een zekere zaak, waarbij 13 personen betrokken waren, waaronder minderjarigen, zelfs een meisje.van 12 jaar. Hier werden processen-verbaal opmaakt krachtens art. 247, 248bis, 246 en 244. Toen de burgemeester van de zaak hoorde, zeide hij dat hij er niets mee te maken wou hebben en toen een 19-jarige jongeman voor overtreding van art. 239 bekeurd werd, vond hij dat ”vitten”.
Toen Mevis te Schinveld kwam was het onder de burgerlui veelal een wilde bende, nu is het een rustig dorp, waar orde heerscht. Maar de burgemeester schijnt liever met een marionet te doen te hebben, die op kommando en zonder reden op socialisten inslaat, dan met een politieman, die ook jegens de vriendjes van den burgemeester zijn plicht doet.

LIMBURGSCH DAGBLAD, 02-10-1925
PROTEST BURGEMEESTER. (In de raadsvergadering van 1 Okt. 1925)
Zooals u allen bekend is, heeft een artikel in ”Het Volk” gestaan, waarin de gemeente en mijn persoon door het slijk gehaald worden: Ik zou rapporten gezonden hebben aan den minister van Justitie over de activiteit van den Rijksveldwachter Mevis. Den 22 Aug.j.l. n.m. half zeven heeft genoemde Mevis nabij de Einderbrug tegen mij bedreigingen geuit en daarvan heb ik rapport aan Z. Ex. den minister van Justitie gezonden. Verder zou ik de socialisten uit Brunssum onbehoorlijk behandeld hebben, toen ze den 26 April j.l. op de markt alhier geposteerd waren. Indien ik de socialisten onbehoorlijk behandeld had, zouden ze dadelijk daarover geschreven hebben en niet na 4 a 5 maanden. Ik heb den veldwachter niet op die lui afgestuurd, maar de veldwachter is naar mij gekomen. Dat ik de Burgerwacht een volgenden keer in het geweer zou roepen is onwaar. Van Burgerwacht is niet gesproken. Dat ik den 21 Aug. j.l. tegen Mevis zou gezegd hebben: ”Ik zal je wel krijgen, je blijft niet lang meer hier,” is totaal gelogen. Ik heb hem dien dag niet gesproken. Wat zoekerij betreft, Mevis heeft zelfs den onbez.rijksveldwaehter T. Th. aangezet om tegen me te schrijven.
Wat de 30 a 40 processen-verbaal wegens dronkenschap op 1 dag betreft, is duidelijk in de pers weersproken. In de maand Juni, waar de kermis in valt, waren er in het geheel twee veroordeelingen voor het Kantongerecht te Heerlen. Evenzoo is het gesteld met de zaak J.R. en den jongeman. Een ieder zal na onderzoek bekennen, dat zeer overdreven is. In het openbaar kan ik daar niet verder over spreken. De gearresteerden zijn niet veroordeeld. De opschepperij over de arrestatie der autobandieten is, genoegzaam bekend en behoef ik verder niet over te spreken. Toen Mevis de bandieten alhier niet in de arrestanten lokalen wilde zetten, heb ik gezegd; breng ze dan bij den grenscommissaris te Heerlen. Ik protesteer met alle kracht tegen de bewering, dat het hier voor de komst van Mevis een wilde bende was. De ingezetenen hebben zich in het algemeen, ordelijk en correct gedragen,ook voor de komst van Mevis.
Nooit heeft iemand gedaan wat Mevis gedaan heeft. De veldwachter en de Kon. Marechaussee hebben steeds de orde bewaard en ik breng hen dank voor hun tactisch en bezadigd optreden.

LIMBURGER KOERIER, 25-4-1934
Bedreiging met een revolver - Boschwachter loste een paar schoten op twee personen in een auto.
De 30-jarige boschwachter en voorwerker F.A. D. te Schinveld had zich te verantwoorden ter zake van bedreiging. De zaak heeft zich als volgt afgespeeld. De burgemeester P. J. Bosch te Schinveld had geruchten vernomen, welke er op wezen, dat er van Nazi-zijde wel eens een aanslag kon worden gedaan op het gemeentehuis. Dientengevolge had de burgemeester den boschwachter F.A. Dohmen aangewezen, om 's nachts het gemeentehuis te bewaken. D. had als lid van de Burgerwacht de beschikking over een revolver en de burgemeester had hem opgedragen, goed op te letten, en als er soms vreemde of verdachte elementen zouden komen, dan moest hij maar een paar schoten doen ter waarschuwing.
In den nacht tvan 14 op 15 December, omstreeks één uur, was er een auto uit Brunssum gekomen, welke op het Wilhelminaplein stilhield. Een paar personen waren er uitgestapt, die volgens verdachte erg verdacht deden, dan eens weer in de richting van het gemeentehuis en dan weer in de richting van het huis van den burgemeester liepen, blijkbaar niet met goede voornemens. Verdachte had het daarom noodig geacht een paar waarschuwingsschoten in de lucht te lossen. De drie personen waren daarop weer in de auto gestapt en naar het huis van den Rijksveldwachter Mevis gereden, waar zij zich beklaagden dat er van uit het gemeentehuis op hen geschoten was. Mevis ging direct met hen mee, en stelde een onderzoek in. De drie personen uit de auto verklaarden, dat zij uit Brunssum waren gekomen,en op de Markt (het Wilhelminaplein) de stop van den radiateur vermisten. Zij waren uitgestegen en hadden naar de stop gezocht, toen plotseling van uit het raadhuis op hen geschoten was ze konden echter niet met zekerheid zeggen, of de vuurstraal op hen, of naar boven gericht was. Het inslaan van een kogel of het ritselend geluid van hagel hadden ze niet gehoord. De voorzitter vroeg of verdachte had geschoten in de richting der personen.
"Neen," zegt verdachte "alleen ter waarschuwing in de hoogte."
"U dacht zeker dat Schinveld in gevaar was?" vraagt de voorzitter.
Verdachte zegt nog, dat toen Mevis met de verdachte personen bij hem kwam, hij den indruk kreeg, dat deze hen in bescherming nam.
"Het lijkt wel", zegt devoorzitter, "dat de politie te Schinveld zich onderling niet erg bemint?"
De burgemeester als getuige erkent, op een vraag van den verdediger Mr.P. Janssen, aan D. opdracht te hebben gegeven het gemeentehuis te bewaken, en bij onraad een paar waarschuwingsschoten te lossen.
Het O.M. door Mr. Dautzenberg waargenomen, zegt, dat Rijksveldwachter J. Mevis van het gebeurde proces verbaal had opgemaakt, op gronden van opportuniteit had spreker eerst geen vervolging willen instellen, doch toen had getuige P. H. een brief aan hem gericht met de vraag, waarom geen vervolging werd ingesteld tegen den moordaanslag op hem en zijn vrienden te Schinveld. Hij zou anders een vervolging vragen aan den Minister van Justitie. Toen er sprake was van moordaanslag had spreker gedacht, dat er voldoende bewijs voor was, en werd daarom een vervolging ingesteld. Nu blijkt echter zonneklaar dat er van "moordaanslag” geen sprake is, er is geschoten als waarschuwing, maar toch verdient het overweging, personen, die zoo lichtvaardig met revolvers omgaan niet met zoo iets te belasten. Spreker vraagt wegens gebrek aan bewijs, vrijspraak.
Mr. P. Janssen Jr. zegt in zijn pleidooi, dat het personen zijn geweest, die op een heibeltje waren belust, en door hun vreemde handelwijze het er op toelegden, dat er op hen zou geschoten worden, of ten minste dat er een paar schoten in de lucht zouden worden gelost. Spreker pleitte eveneens vrijspraak. Uitspraak 7 Mei.

LIMBURGSCH DAGBLAD, 24-01-1938.
BIJ EEN AFSCHEID.
Naar wij vernemen zal dhr. J. H. H. Mevis, rijksveldwachter, brigadier-titulair, in de gemeente Schinveld, ingaande 1 Febr. a.s., wegens gezondheidsredenen den dienst met pensioen verlaten. Met dhr. Mevis zal een zeer verdienstelijk en algemeen geacht politieman van het corps der rijksveldwacht gaan scheiden. Na zich in het jaar 1906 bij het wapen der cavalerie vrijwillig te hebben verbonden en aldaar reeds in het daarop volgende jaar aan het examen voorwachtmeester-titulair te hebben voldaan, ging hij nog datzelfde jaar over tot het wapen der Kon. Marechaussee. Van daaruit volgde in 1913 zijn aanstelling tot gemeenteveldwachter en daarna tot rijksveldwachter te Amsterdam. Reeds vanaf 1923 tot op heden was genoemde politieman geplaatst te Schinveld, waar hij zich door een humane werkwijze en eerlijke plichtbetrachting spoedig aller achting wist te verwerven en te verzekeren. In de na-oorlogsjaren, de jaren van den lagen markenkoers en schrikbarende drankmisbruiken in de Duitsche grensstreken, de jaren, dat het vreemdelingenverkeer van verdacht allooi iedereen met angst en ontzetting vervulde, was het rijksveldwachter Mevis, die op zijn afgelegen post moedig en slipt zijn plicht vervulde en vele ernstige feiten tot klaarheid bracht. Dankzij zijn uitnemend recherchewerk, waarvoor hij meermalen den lof van superieuren en justitie mocht ontvangen, konden meerdere internationale misdadigers door hem worden aangehouden en al dan niet met uitlevering naar Duitschland of België voor geruimen tijd uit de samenleving worden verbannen. Het was dhr. Mevis, die in samenwerking met wijlen chef-veldwachter Pagen, een zeer beruchte zigeunersbende arresteerde, die reeds jaar in, jaar uit de geheele omgeving onveilig maakte en waarvan de hoofddaders wegens te Gangelt(D.) gepleegde berooving, te Aken tot zware kerkerstraffen werden veroordeeld. Kerstdag 1925 deed rijksveldwachter Mevis, te samen met genoemden chef-veldwachter Pagen en den onbezoldigden rijksveldwachter Jacobs,in de nabijheid der Duitsche grens een levensgevaarlijke aanhouding van een drietal zwaar gewapende en van inbrekerswerktuigen voorziene autobandieten. Aan hun koelbloedigen beleidvol optreden was het te danken, dat dit hoogst gevaarlijk trio, hetwelk nog daags voor zijn aanhouding in Mechelen (B.) bij Antwerpen twee personen had neergeschoten, zich voorts in Luxemburg aan een diefstal van een gloednieuwen automobiel en een groot bedrag aan geld had schuldig gemaakt en in Duitschland zware diefstallen had gepleegd achter slot en grendel kon worden gezet en naar België te worden uitgeleverd. Wegens hun moedig tactvol en energiek optreden werd hun hiervoor van justitie en politiezijde warme hulde gebracht en werd deze levensgevaarlijke dienstverrichting door den toenmaligen minister van Justitie, Mr. Heemskerk, met een bijzondere tevredenheidsbetuiging en eervolle vermelding beloond. Voorts mocht het de Belgische regeering behagen om genoemde ambtenaren daarvoor de Leopoldsorde van België te verleenen.
Vergezeld van een bijzondere dankbetuiging van de Luxemburgsche justitie werd hun bovendien de uitgeloofde belooning van frs. 1000 toegekend voor het in beslag nemen van de gestolen automobiel.
Voorts werden meerdere zeer belangrijke aanhoudingen verricht, o.a. een drietal kerkdieven. Rijksveldwachter Mevis stond bij zijn superieuren en justitie in hoog aanzien; meerdere malen werd hij door zijn superieuren als een sieraad voor het corps geprezenen aan anderen ten voorbeeld gesteld. Steeds hebben zijn onderzoeken en dienstverrichtingen het stempel van absolute betrouwbaarheid en nauwgezetheid gedragen; steeds werden zijn zaken zoowel door kantongerecht als rechtbank zonder reserves aanvaard.
Gedurende de vele jaren dat dhr. Mevis te Schinveld was geplaatst, heeft hij zich door zijn kalm, bezadigd en humaan optreden èn als politieman èn als mensch vele vrienden verworven. Kleinzieligheid en vitterij vermijdend, werd hij steeds meer en meer een vertrouwenspersoon van de bevolking, een vraagbaak voor iedereen altijd en voor ieder bereid het algemeen belang te dienen. Grondig bekend als hij was met de plaatselijke toestanden, konden door zijn toedoen meermalen ernstige nooden, zoo niet uit eigen, dan uit adere middelen worden gelenigd.
Moge het dezen kranigen politieman gegeven zijn, om thans als burger van Schinveld, nog vele jaren van zijn welverdiend pensioen te genieten.




email me
mailbus van Sjilvends
home
Begin van Sjilvends