Oorlogsherinneringen van Charles Dohmen



Mag ik even zeggen wie ik ben? Ik ben een Dohmen uit de grote familie in Schinveld. Maar een andere tak dan. Ik ben Charles, de zoon van Frans Arnold Dohmen, die ook in je overzicht is opgenomen. Ik ben dus een zoon van ”Frens van de Boeschwachter” zoals ze destijds zeiden.
Onlangs heb ik de website nog eens opgezocht. Daarin kwam ik een paar verhalen tegen over neergekomen piloten in Schinveld. Ik had dat al eerder gelezen maar nagelaten te reageren. Bij deze dus.

Ik ben in 1933 geboren in Schinveld en heb dus herinneringen uit eigen waarneming. Wellicht zijn ze bekend bij de heemkunde of in jouw onderzoek. Helaas weet ik de namen niet meer van alle straten/wegen.

Eerste verhaal. De bommen.
In de oorlog zijn in Schinveld drie bommen gevallen. Waarschijnlijk afgeworpen door een vliegtuig in nood. Ze kwamen zonder veel schade aan te richten terecht in weilanden in de buurt van de toenmalige schuur van Thissen aan de Kem. Het was bij de ”Vogelstang” zoals we dat noemden.

Tweede verhaal.
Als ik mij goed herinner was het de nacht dat een vliegtuig neerstortte bij boer Vaessen in de Ruèsscher. Twee of drie, het juiste aantal weet ik niet meer, van de bemanningsleden zijn toen doodgevallen in de weilanden bij de Vogelstang. Ik heb de parachutes met daaronder de lijken vanaf de weg gezien.
In die tijd was in Schinveld een rijksveldwachter, Vera genaamd. Men meende dat deze man Duitsgezind was. Althans de orders van de bezetter goed uitvoerde. Het verhaal ging dat deze veldwachter de bezittingen (ringen, horloges e.d.) van de slachtoffers heeft meegenomen. Misschien ter identificatie.
Mijn ouders poetsten in die tijd het gemeentehuis waar ook het politiebureau was ondergebracht. Ik kwam er dus ook wel eens maar heb nooit iets gezien hoewel ik er wel eens rondsnuffelde!

Derde verhaal.
Het moet geweest zijn in de zomer van 1943/1944. Het was een prachtige zomerdag dat ik in de klas zat van de toenmalige jongensschool aan de huidige Schoolstraat. Tegen de middag ging luchtalarm. Het was meester Baggen of Jörissen die riep dat wij onder de banken moesten gaan liggen. Maar een van de jongens uit de klas had naar buiten gekeken en riep dat er iets naar beneden kwam. De hele klas stond voor het raam en we zagen een aantal parachutes met een mannetje eraan naar beneden komen.
Er was geen houden meer aan en toen de bel ging stormde iedereen naar buiten. Bij de Vogelstang (alweer die plaats) was een van de parachutes neergekomen. Alles en iedereen stormde daar naar toe, ook ik.
Er stond veel volk en enkele Duitse soldaten. Ook weer was aanwezig onze veldwachter Vera, toen de baas van de politie in het dorp. Even later kwam de rijksveldwachter Richter uit de bosjes met een duidelijk herkenbare piloot o.i.d. Richter was ondergeschikte van Vera en duidelijk herkenbaar aan zijn manier van lopen. Hij had iets aan een enkel waardoor hij een rare slingerbeweging maakte met de voet.
Later, toen ik volwassen was en zelf bij de politie diende, heb ik politiemensen uit Geleen ontmoet, die Richter kenden, uiteraard aan zijn vreemd loopje. Richter was toen al met pensioen.
De piloot, in mijn herinnering een grote forse man, werd door Richter aan de, toen moffen genoemd, overgedragen. De man werd naar het politiebureau gebracht. De hele Platz stond vol mensen, want af en toe verscheen de piloot voor het raam en zwaaide. De hele Platz zwaaide terug. Het toenmalig politiebureau lag aan de voorkant op de eerste verdieping van het gemeentehuis.
Tijdens het verblijf van de piloot, en dat duurde een paar uur, ging de echtgenote van dorpsdokter Meuwissen naar het bureau. Men zei dat zij Engels sprak.
Op de zaterdag na die dag van gevangenneming gingen mijn ouders weer poetsen, ook op het politiebureau. Zoals gezegd snuffelde ik wat rond en vond onder een kast een paar dikke mooie appels, belle de boskoop volgens mijn moeder.
Later hoorde ik van vader en moeder, dat mevrouw van de dokter appels aan de piloot had gegeven. Ze hadden voor mij toen een grote waarde. Ik heb ze meer dan een jaar bewaard. Zij het geschrompeld.

Mijn vader werkte in die tijd in de bossen van Schinveld. Misschien is wel bekend dat hij deze voor een groot deel had aangeplant in het kader van de werkverschaffing voor de oorlog. Hij kende ieder paadje en boompje. Een paar weken na het voorval op de Platz vertelde mijn vader dat hij die bewuste dag ook een piloot, want zo werd ieder genoemd die vloog, had aangetroffen in de bossen bij de visvijvers bij Duschak. De man had zich verstopt onder takken. Bij mijn vader was zijn medearbeider, Arsie genaamd. Geen van beiden sprak uiteraard Engels. Met handen en voeten is de piloot duidelijk gemaakt dat een paar honderd meter verder de Duitse grens was. Dat Duschak te vertrouwen was, wist denk ik niemand van de Schinveldenaren in die tijd. Ook mijn vader niet. Ze hebben de piloot aan het verstand gebracht dat hij zich weer moest verstoppen en dat hulp gehaald werd. Mijn vader heeft toen kapelaan Kusters, die in het verzet werkte, gewaarschuwd. De afloop is mij niet bekend.

Dit zijn een paar verhalen uit de historie welke ik mij herinner als de dag van gisteren. En zo zijn er meer van die dingen gebeurd waarvan ik weet heb.


Met vriendelijke groeten,

Charles Dohmen






email me
mailbus van Sjilvends
home
Begin van Sjilvends