Alex Pelzer   * 1923

Sold. 1, Staf Cie van het 1ste Bat. Regiment Stoottroepen





Alex Pelzer werd op 12-7-1923 in Geilenkirchen (D) geboren. Tot 1936 woonde de familie in Scherpensehl (D) en werd toen door de omstandigheden gedwongen naar Nederland te verhuizen. Men vond een nieuw tehuis in Brunssum. Tijdens de oorlog werkte Alex als ondergronds mijnwerker op de Staatsmijn Hendrik.
Meteen na de bevrijding van Zuid-Limburg gaf hij zich, samen met een viertal kompels, op als oorlogsvrijwilliger (OVW-er). Op 16 oktober 1944 traden zij in dienst bij het 1ste Regiment Stoottroepen dat op dat ogenblik een onderdeel was van het 9de Amerikaanse Leger.
Eerst in Einighausen en daarna in Seffelt (bij Aken) was hun taak het opvangen en bewaken van Duitse krijgsgevangenen. Hun kennis van de Duitse taal was hiervoor de voornaamste reden. Met het Amerikaanse leger trok hij tot Bielenfeld. Na de capitulatie van Duitsland werd hij overgeplaatst naar Chalons-sur Saône (F), weer belast met de bewaking en de begeleiding van Duitse krijgsgevangenen die gerepatrieerd werden. Omstreeks juli 1945 werd hij overgeplaatst naar de Harskamp.
Per 5 aug. 1945 werden alle OVW-ers voor de keus gesteld, of per die datum ontslag, of tekenen voor een korte verbandakte van een jaar, of tekenen voor een grote verbandakte als Oorlogsvrijwilliger, hetgeen inhield dat je in het Verre Oosten kon ingezet worden om samen met de gealieerden de Japanners te verslaan in Indië. Alex koos voor het laatste.
Op 27 september daaraanvolgend vertrok het Eerste Bataljon Stoottroepen uit de Harskamp via Nijmegen en Oostende naar Dover. Op 29 sept. arriveerde men in Wellingham bij Londen, waar men de tropenuitrusting ontving en een aantal injecties tegen tropische ziektes. Daarna ging het naar Liverpool waar ingescheept werd op de Alcantara, dat was een Brits troepenschip. In de namiddag van 12 okt. gaf de scheepshoorn van de Alcantara het signaal van vertrek.
De eerste groep naar Indië was 4000 man sterk en bestond uit het 1ste Bat. Infanterie, het 3de Bat. Infanterie, het 6de R.I., het 13de R.I. en een 300-tal manschappen van de Luchtvaarttroepen.
Een normale reis naar Batavia duurde in die tijd 24 dagen, maar door allerlei politieke strubbelingen duurde het nu langer. O.a had Soekarno gedreigd alle in Indië verblijvende Nederlanders te doden en de Britten stonden een rechtstreekse aankomst ook niet toe. Aan boord sprak men al over ”De Vliegende Hollander” en enkele grapjassen hadden een poster opgehangen met de tekst: ”Een eiland gevraagd voor 4000 daklozen”
Uiteindelijk ging men in Singapore voor anker en hier gingen de 300 manschappen van de Luchtvaartroepen van boord.Hierna werd vertrokken naar Port Swettenham, waar het 13e R.I. aan wal ging. De dag daarna, 13 nov. 1945, ging na 33 dagen de Alcantara in Port Dickson (Malakka) voor anker en verlieten 1 R.S. en 14 R.I. via touwladders het schip. Weer een dag later ging 3 R.S. als laatste onderdeel van boord.
Hier bleven ze drie maanden en werden in die tijd door de Britten getraind in jungle-gevechten, die naderhand heel nuttig bleken. Op 8 maart 1946 vertrok men dan eindelijk naar Java. Het 1 ste Regiment Stoottroepen werd gelegerd in Semarang en loste daar de Britten af, die er de orde probeerden te handhaven die herhaaldelijk verstoord werd door achtergebleven Jappen die gemene zaak hadden gemaakt met de opstandelingen. Alex trouwde hier met de handschoen met Anneke Waltmans uit Schinveld.
Vanuit Semarang werden continue patrouilles naar het binnenland gelopen, teneinde te voorkomen dat de opstandelingen onrust onder de lokale bevolking konden stichten.
Op 1 april 1946 begon de eerste actie die ”Primeur” genoemd werde en waarbij twee Stootroepers sneuvelden.
Op 18 mei 1946 was er weer een actie, waarbij de arts dokter Speelman en de 1ste Lt. Verhagen met hun jeep op een mijn reden en omkwamen. Hun chauffeur werd zwaar gewond en verloor een been.
Het patrouille lopen duurde tot 21 juli 1947, toen de 1ste Politionele-Aktie begon. Het 1ste Regiment Stoottroepen rukte op tot 80 km voor Djokjakarta, maar moest toen onder politieke druk van Amerika en Engeland zijn opmars stoppen.
Er is nog enige bitterheid in de toon van Alex te bespeuren als hij hierover praat. Als ze ons onze gang hadden laten gaan, hadden we het in korte tijd geregeld, is zijn mening. Nederland had toen in de onderhandelingen al een paar goede aanbiedingen gedaan, die Indonesië zeker had geaccepteerd als ze niet door de Britten en Amerikanen gesteund waren.
Vanuit Salalida werd Alex op 22 jan. 1948 met het troepenschip de Zuiderkruis gerepatrieerd en kwam op 17-2-1948 aan in Rotterdam.
Om weer aan het Hollandse klimaat te wennen mocht men, na aankomst in Rotterdam, anderhalf uur aan dek in de vrieskou verkleumen omdat Prins Bernhard hen wilde toespreken. Daags erna werden de manschappen met bussen naar huis gebracht.
Hij somt op: Van de 800 man waarmee het bataljon vertrok waren er 25 gesneuveld, 175 man waren gewond of vermist. Eigenlijk allemaal voor niks.
Oh ja, na mijn definitieve demobilisatie kreeg ik een bonus van 100 gulden en textielpunten om een costuum te kopen.
Alex ging weer werken op zijn oude werkplek, de Staatsmijn Hendrik. Hij bracht het tot meesterhouwer en werd bij het sluiten van de Emma-Hendrik vervroegd gepensioneerd.


Foto's en info: Alex Pelzer



De OVW-ers eind 1944. vlnr staand: Wiel Pijls en Gerrit Ijzermans uit Brunssum.
zittend: Alex Pelzer, Joep Urlings en Alex Pelzer (neef, beiden ook uit Brunssum).



zo werd een bivak gebouwd
een laatste groet








email me
mailbus van Sjilvends
home
Begin van Sjilvends