Gabriel Karel Raes   * 1928       † 2007




De lachende tijger.
Het embleem van 2-!0 RI



Karel Raes was op 20 april 1928 in Schinveld geboren en meldde zich waarschijnlijk als OVW-er.
Hij werd ingedeeld bij het 2-10 RI de X Brigade, ook wel het Infanterie Regment Gelderland genoemd.
Dit regiment kwam op 22 maart 1946 in Wolingham (Engeland) aan waar het van uitrusting werd voorzien.
Op 17-4-1946 ging men aan boord van SS Tegelberg naar Indië. Aankomst in Soerabaja was op 16 mei dav.
Het regiment nam deel aan de 1ste en 2de Politionele Akties en kreeg het zwaar te verduren.
Uiteindelijk werd op 27 mei 1949 gerepatrieerd met het SS Waterman.
De aankomst in Rotterdam was op 19 juni dav.
Naderhand had Karel een autorijschool, was getrouwd met Sophie Holtus en overleed op 15-12-2007 in Heerlen.


Karel Raes schreef in een brief:

EEN ZUIVERINGSACTIE
's Nachts om half twee werden we uit bed gehaald. Gauw eten, veldfles vullen en eten meenemen. Precies kwart voor drie stapten wij de wagen in en gingen weg tot bij een brug. Toen moesten wij lopen, ja ik zeg lopen, want de wagens konden niet meer verder door de bomen, waarmee zij de weg hadden afgesperd. We begonnen te lopen om half vier. Onderweg zijn wij geen sterveling tegengekomen.
Om half zes waren wij op de plaatè van bestemming. U moet er rekening mee honden, dat het dan nog donker is. Toen hebben we de kampong afgezet zodat er niks meer uit kun.
We stonden 20 meter uit elkaar. Precies om 6 uur begon het zuiveren. De hele kampong moest meegenomen worden, wat kerels betreft. Daarna de huizen allemaal doorzoeken naar wapens. Ik geef U op een briefje dat dit niet vergeefs was want we maakten behoorlijk wat wapens buit.
Maar nu eens over de jongens, die om de kampong heen zaten, daar was ik ook bij. Nu hadden we één zo’n sufferd erbij, die angst kreeg toen er een man of vijftien door een sloot heen kwamen. Hij liep weg naar zijn buurman. Toen zijn ze met zijn tweeën er op af gegaan maar toen bleek, dat het niet meer nodig was, want de vogeltjes waren gevlogen.
Later zaten zij achter ons en hadden we geregeld last ervan, dat zij ons van in de rug beschoten. Toen zijn wij met een man of vijf er op af gegaan met een omsingelende beweging, zodat we vijf ervan te pakken hebben gekregen.
Later hadden we toch nog af en toe last van de overigen, dat zij nog een enkele keer waagden te schieten. Maar enfin, het is allemaal goed afgelopen.
Om elf uur waren wij klaar met het zuiveren van de kampong. Toen hebben we weer een oneindig stuk gelopen door valleien heen en kali’s van ongeveer een meter diep. De eerste vallei was behoorlijk diep en liep heel stijl naar beneden, ook stond er water in. Het was natuurlijk niet diep, maar het was water. Daar lagen overal van die zware stukken steen in van de vuurspuwende berg. Die dingen waren zo glad als een paling, zodat ik, toen ik er over liep, er netjes vanaf gleed en pardoes in het water viel. Mijn geweer, sigaretten en de hele ”rotzooi”, was nat. Dat was nogal tamelijk goed afgelopen, alleen had ik mijn knie een beetje bezeerd, want ik viel net op de scherpe punt van een andere steen.
Toen moesten we weer naar boven klimmen. Jongens, wat hebben wij daar geklauterd, dat vergeet ik nooit meer, door al die struiken heen en bamboe (rotan), waar zo’n lekkere steekdoorns aanzitten. Maar boven komen moesten wij en dat is ons gelukt.
Later moesten wj nog door een paar valleien heen, maar dat ging stukken beter. Eindelijk kwamen wij bij die andere kampong. Toen moesten wij sweepen en de anderen moesten het dorp afzetten. Opeens zagen we zo’n man of twintig lopen, allemaal gewapend en toen kregen wij het bevel te vuren.
Wat bleek toen? Ik schoot en tegelijk barstte mijn hele ioop uit mekaar. Toen stond ik daar voor Jan Lul en kon niets uitrichten. Doordat ik in het water was gevallen zat de hele loop vol modder en vuil en kon die kogel er niet uit en moest het hele zaakje maar buigen of barsten.
Verder is alles goed afgelopen. Wel zijn er twee jongens gewond, maar ja, zoiets krijg je altijd, dat kan niet uitblijven. Een kreeg toen hij een huis doorzocht een klap met een hakmes op het hoofd, direct toen hij binnenging. De ander had ‘n schot door zijn dijbeen. Dus het was nogal goed afgelopen. Twee weken, dan is hij er weer van af.
Jullie zullen nu wel zeggen: ”Het is toch wapenstilstand ?”
Ja, dat is het het. Maar het wordt toch nooit ten uitvoer gebracht. Dat waren allemaal van die knapen, die elke nacht aanvallen deden op onze posten. Dus die moesten eruit.
Om half vier kwamen we thuis. U kunt wel begrijpen,dat we moe waren. Ik lag nog geen 5 minuten op bed of ik snurkte als ...

Soldaat K.R.





email me
mailbus van Sjilvends
home
Begin van Sjilvends