Schinveld's eerste muziekfeest. (Nieuwe Amsterdamse Courant 25 sept. 1892)

Dat men in Limburg, als men zich in het hoofd gesteld heeft feest te vieren, er zelfs een strafvervolging voor over heeft, leert men uit een verslag door De Nieuwe Koerier gegeven van het eerste muziekfeest, dat te Schinveld gehouden is. Acht vereenigingen namen aan dat feest deel. Zij werden feestelijk door den president ontvangen en daarop werd de stoet voor een optocht gevormd. Voordat deze zich echter in beweging zette, aldus verhaalt de verslaggever van De Nieuwe Koerier, betrad de pres. der ”Eendracht” 't spreekgestoelte, (dit bestond uit twee tafels, een voor de burgemeester c.s. en een voor de andere sprekers) dat op 't midden der markt was opgericht en las een telegram voor vanwege H. M. de Koningin-Regentes ontvangen.
Naar hetgeen ik er van heb kunnen opvangen - het was nogal rumoerig op Schinveld's marktplein kwam dit zoo wat op het volgende neer: ”Dat H.M. in hoogsten dank 't telegram van hem president aannam, dat hoogst dezelve haren hoogsten prijs stelde op Schinveld's eerste muziekfeest en dat tot het houden van een muziekfeest geen (haar) toestemming (niet) vereischt wordt.”
Pas heeft deze spreker de tribune verlaten, of de burgemeester staat er al op. Deze verschijning scheen eenigen indruk teweeg te brengen, want 't gedruisch bedaarde aanmerkelijk. Hij las, blijkbaar verontwaardigd, een brief voor, ook vanwege H. M, ontvangen, luidende ongeveer aldus: ”Dat tot 't houden van een feest niet de machtiging der koningin, maar des burgemeester. Dat H.M. geen inbreuk wenscht te maken op zijn rechten als burgemeester en dat ze 't aan hem burgemeester overlaat in dezen te handelen naar goeddunken.”
Nu trad de brigadier der marechaussees op en verkondigde den volke doodbedaard en leukweg mee, zooals men dat van een echt politieman verwachten moet, dat hij last heeft gekregen tegen alle directeurs, presidenten of andere leden, die aan den optocht deelnemen, proces verbaal op te maken.
Na komt No. 4, namelijk de secretaris der ”Eendracht”. Hij houdt een korte van vuur tintelende toespraak ter eere der edele toonkunst en der gezelschappen, die Schinveld's eerste muziekfeest komen opluisteren. Ofschoon alle sprekers luide worden toegejuicht, vond deze toch den meesten bijval.
Ten slotte besteeg nu nog de directeur der ”Eendracht” 't spreekgestoelte en verzocht den sociëteiten 't volkslied aan te heffen. Dit liep naar omstandigheden vrij wel van stapel en werd door daverende hoera's gevolgd.
En nu ... daar dreunt plotseling 't geschut, (natuurlijk verboden). De cavalcade opent den optocht, de eerste harmonie zet een krachtigen marsch aan, en al de vereenigingen, de ”Eendracht” trouw blijvende, volgen, en voort gaat 't door Schinveld's rijk bevlagde en keurig getooide straten, onder de lustige en opwekkende tonen der harmonieën en de herhaalde hoera's der zangers naar de smaakvol ingerichte feestweide, die weldra met toeschouwers als gevuld is.
De rest van 't feest loopt in de volmaaktste orde af. ledere sociëteit ontving eene prachtige herinneringsmedaille en ... een ”proces-verbaal”.



DE TIJD, 26 Nov. 1929

Een woeste kermisvierder.
Op 20 Sept. ter gelegenheid van de Schinvelder kermis werd door de fam. Sch. politiehulp ingeroepen, omdat J. Sch. ruzie maakte met zijn huisgenooten, waarbij hij den huisraad kort en klein sloeg. De Rijksveldwachter Mevis en de Gemeenteveldwachter Pagen trachtten den verdachte, die een dreigende houding aannam tot kalmte over te halen. Deze echter tastte telkens in zijn zakken en uitte dreigende bewoordingen. De politiedienaren inmiddels geassisteerd door den Rijksveldwachter Maessen uit Bingelrade, gingen dadelijk tot fouilleering over, waarbij zij den verdachte een knipmes ontnamen. Sch. verdween in de ouderlijke woning met de woorden: ”Mennekens dat wordt jullie leed,” om kort daarop wederom terug te komen telkens de politiemannen uitdagend.
Bij't sommeeren tot uit elkander gaan van de volksmenigte werd Maessen door verdachte besprongen. Maessen greep verdachte vast, doch deze gaf hem met een broodmes een stoot tusschen linkerbovenarm en borst, welke gelukkig slechts de uniform doorboorde.
Onder hevig verzet had tenslotte de overbrenging plaats. Drie kwartier moest men den verdachte op een achterplaatsje van de woning van een der verbalisanten in bedwang houden en eerst een uur later werd deze verdachte veilig in het arrestantenlokaal opgeborgen.
Op de terrechtzitting voor de Maastrichtsche Rechtbank kon zich de verdachte van de feiten niets meer herinneren.
De Officier van Justitie achtte zware mishandeling en wederspannigheid bewezen en eischt twee jaren gevangenisstraf.



LIMBURGSCH DAGBLAD 5 FEB. 1930

SCHINVELD - Over kamers schieten en drupkes Els-bitter.
De 57-jarige kantonnier J.M. Th. te Schinveld had zich heden te verantwoorden, ter zake van het afleggen van een meineedige verklaring op de zitting van het Kantongerecht te Heerlen van 11 Februari 1929. Den 10 Juni 1928 was het kermis geweest te Schinveld. Zooals het daar te doen gebruikelijk was, ging de Processie uit, en werden tijdens het rondtrekken der Processie, kamers afgeschoten. Verdachte, en nog een paar anderen, hadden zich daarmee belast. In het café van de Wed. Buijzers werd het ijzer, noodig voor de ontsteking, gloeiend gemaakt; 't was een warm en vermoeiend werk geweest, want ze hadden heel wat schoten doen donderen. Na afloop hadden zij ieder een achttal drupkes Els-bitter in de keuken van het café van de Wed. B., (en daar ligt het zwaartepunt) die geen vergunning (wel verlof) had. Nu wist de politie dat er in café B. voortdurend heel wat sterken drank zonder vergunning werd geschonken, en bij een geval, dat men verdachte had ondervraagd, had deze tegen den brigadier der Rijksveldwacht Mevis, en den veldwachter Pagen gezegd: ”Daar weet ik niets van, maar wel hebben wij met de kermis, na het kamerschieten, ieder 8 drupkes gedronken in de keuken bij de wed. B.”
Op de zitting van het Kantongerecht had verdachte anders verklaart als toen tegen de velwachters, vandaar thans de vervolging wegens meineed. Thans zegt verdachte, dat ze wel die Els-bitter goed hebben aangesproken (ge zult ze wel onder elkaar hebben leeggedronken, zegt de president) maar niet in de keuken, doch ergens op een binnenplaatsje of achterplaatsje van het café. Getuige Hermans, grondwerker, verklaart, dat de locoburgemeester had gezegd, dat ze na het kamerschieten er maar een paar zouden nemen. De flesch waaruit geschonken was, stond daarnaast in een oud huis.
Het O.M. door Mr. Fabius waargenomen is van oordeel, dat de beide veldwachters als degelijk en accuraat bekend staan, en dat ze de verklaring duidelijk hebben genoteerd, dat verdachte later zijn verklaring wijzigd komt wel meer voor. Spreker acht het wettig bewijs geleverd en vraagt ter zake van meineed 8 maanden gevangenistraf.
Mr.Ch. Vrijens, acht het overtuigende bewijs geenszins geleverd. Verdachte heeft een groot gezin, is 57 jaar en is nooit gestraft. Hij vraagt vrijspraak of een voorwaardelijke straf.
Uitspraak 17 Februari.



LIMBURGER KOERIER 11 juli 1934

HET DOODELIJK AUTO-ONGELUK TE SCHINVELD
Weg, welke noodig verbetering behoeft.
In aansluiting op ons bericht van Maandag jl. betreffende het doodelijk auto-ongeluk, kunnen wij thans onderstaande lezing van het noodlottig gebeuren geven.
Zondag nam. omstreeks 9 uur kwam het slachtoffer van het ongeval, Elisabeth Drack, 22 jaar oud, van haar ouderlijk huis te Susterzeel (D.), waar zij haar vrijen middag had doorgebracht, per rijwiel over den weg Jabeek-Etzenrade-Schinveld, om zich naar haar dienst in Brunssum te begeven. Zij reed in plaats van rechts, links van den weg, zooals door getuigenverklaringen is komen vast te staan. Door den slechten toestand van den weg is dit een gewoonte van de meeste wielrijders, omdat vooral op het punt waar het ongeluk gebeurde, de weg maar aan een kant te berijden is. Ter plaatse heeft de weg een sterke daling met aan beide kanten een berm. Vooral van Schinveld af aan den rechterkant is de berm hoog. Hij belemmert het uitzicht totaal. Tevens is er nog een kromming in den weg, die zoo gelegen is, dat men, wanneer men de bocht van die kromming uit komt, pas kan zien wat men voor zich op den weg heeft.
De chauffeur W. L. uit Douvergenhout, reed Zondag op dit punt met zijn grooten luxe-wagen, een Chevrolet, waarin gezeten waren buiten hem twee vrouwen en acht kinderen, van uit Schinveld in de richting Etzenrade, en ontmoette daar de wielrijdster. De chauffeur stelde alle pogingen in het werk om een aanrijding te voorkomen. Hij gooide het stuur met alle kracht naar links, zoodanig zelfs, dat de auto met een voorwiel en een achterwiel op den aan den linkerkant minder hoogen berm terecht kwam ; Vermoedelijk is de wielrijdster, door schrik bevangen, toen naar rechts uitgeweken, zoodat een aanrijding niet te voorkomen was. Naar alle waarschijnlijk is zij tegen de auto opgebotst en er overheen gevlogen. De auto is toen nog een paar meter met een kant over den berm gegleden, waarna zij kantelde. Het meisje moet wel op slag dood zijn geweest. Het stoffelijk overschot lag aan den achterkant van de auto.
Passeerende voetgangers schoten toe. Een van hen waarschuwde dadelijk geestelijke hulp en de ander hielp mee de vrouwen en kinderen te bevrijden uit de auto. Deze hadden allen schaaf- en snijwonden bekomen, doch waren niet ernstig gekwetst. De mare van het ongeluk verspreidde zich snel onder de op het Marktplein staande bevolking, die stond te luisteren naar een concert, dat daar gegeven werd. Velen bevonden zich dan ook weldra op de plek des onheils. Pastoor Greijmans uit Schinveld diende het slachtoffer nog het H. Oliesel toe. Nadat tegelijk met de beide gemeente-veldwachters, de Groene Kruis zusters op de plaats van het ongeluk gekomen waren, gingen de zusters de gewonden verbinden, die een eind verder in een woning waren ondergebracht.
Rijksveldwachter Mevis was spoedig ter plaatse evenals de loco-burgemeester, wethouder Dohmen. Rijksveldwachter Mevis, geassisteerd door de beide gemeente-veldwachters, wisten door tactisch optreden, ondanks het talrijke publiek, de orde te handhaven. In een gehaalde brancard werd het stoffelijk overschot van het slachtoffer naar Schinveld vervoerd.
Omstreeks tien uur arriveerde de familie van het gedoode meisje op het gemeentehuis, waarheen men het lijk vervoerd had. Droevig wederzien !
Op de plaats des onheils bleef het druk tot 12 uur middernacht, toen de verongelukte auto rechtgezet was en op sleeptouw genomen werd door een takel-auto der firma Canton-Reiss uit Heerlen en eveneens naar Schinveld vervoerd werd. Een plas bloed en enkele glasscherven, die op den weg lagen, wezen de plaats aan, waar in de lente van haar leven een meisje op een noodlottige wijze om het leven kwam.
Het onderzoek van het noodlottig gebeuren werd geleid door rijksveldwachter Mevis, geassisteerd door de beide gemeente-veldwachters. Het heeft uitgewezen, dat de chauffeur aan het ongeluk geen schuld heeft. De auto, die eerst in beslag genomen was, is Maandag, na deskundig onderzocht en in orde bevonden te zijn, vrij gegeven. Aan de auto zelf was niet veel averij. Van het rijwiel was het voorwiel totaal verbogen, terwijl aan het achterwiel niets mankeerde. Het lijk is, na eerst in beslag genomen te zijn geweest, op last van den officier van justitie vrij gegeven en ter beschikking van de familie gesteld, die het naar Susterzeel (D.) heeft vervoerd.
Moge het gebeurde voor het gemeentebestuur een vingerwijzing zijn om ter plaatse zoo spoedig mogelijk verandering te brengen in den toestand van den Etzenraderweg. Dit kan gemakkelijk gebeuren. Ons gemeentebestuur heeft vooral in den laatsten tijd zeer veel gedaan voor het verfraaien en verbeteren der straten en wegen, waarvoor niets dan lof. Doch o.i. dienen voer het verkeer gevaarlijke punten, als de plaats waar het ongeluk gebeurde, toch het eerst ter hand genomen te worden, als dit niet geschiedt, zal het bij dit eene ongeluk in de toekomst niet blijven.



LIMBURGSCH DAGBLAD 17 mei 1938

Jongeman in de Maas gesprongen - Een jongeman uit Schinveld verdronken.
Zaterdagmorgen omstreeks 11.15 uur is een ongeveer 20-jarig manspersoon vanaf de Wilbelminabrug in de Maas gesprongen, na vooraf zijn rijwiel in de Maas te hebben geworpen. Na ongeveer een half uur dreggen werd de drenkeling door een schipper opgehaald. Nadat zonder resultaat kunstmatige ademhaling was toegepast, is het lijk per politie-brancard naar het ziekenhuis Calvariënberg overgebracht, alwaar de dood door dr. Hollman is geconstateerd. Naar de identiteit van genoemden persoon wordt een onderzoek ingesteld.
Uit Schinveld vernemen wij nog:
De Zaterdagmorgen te Maastricht te watergeraakte en verdronken jongeman is waarschijnlijk P. D., oud 18 jaar, Broekstraat 2 te Schinveld. Deze persoon, die niet heel normaal was, liep wel eens vaker voor enkele dagen van zijn ouders weg, waarover men zich dan niet behoefde te verontrusten. Zaterdagmorgen nu begaf zijn vader zich met hem per fiets naar Maastricht, ten einde aldaar een dokter te consulteeren. Nog voordat ze echter de stad bereikten, ging de zoon geheel onverwacht, ervan door. De vader, die geen kans zag om hem in te halen, keerde daarop alleen naar huis terug.
Uit het Maandag over bedoelde verdrinking verspreide bericht met opgave van signalement en beschrijving van de kleeding, waaronder een blikken ceintuur, die de verdronkene droeg ,maakten de ouders de gevolgtrekking, dat het vermoedelijk hun zoon was. De vader heeft zich daarop naar Maastricht begeven en zou de verdronkene als zijn zoon hebben herkend.






email me
mailbus van Sjilvends
home
Begin van Sjilvends